acharnement (n.)
eigenwijsheid, eigenzinnigheid, halsstarrigheid, hardleersheid, hardnekkigheid, koppigheid, perseveratie, taaiheid, vechtlust, verbetenheid, volharding
acharnement (n.m.)
↗ acharner
acharnement (n. m.)
zèle — ijver;vlijt [Classe]
persévérance — doorzettingsvermogen;vasthoudendheid;volharding [Classe]
acharner — zich vastbijten in [Nominalisation]
acharnement (n. m.)
entêtement — eigenwijsheid;eigenzinnigheid;halsstarrigheid;hardleersheid;hardnekkigheid;koppigheid [ClasseHyper.]
persévérance — doorzettingsvermogen;vasthoudendheid;volharding [Classe]
longtemps [Caract.]
entêter, opiniâtrer — hardnekkig doorgaan met [Nominalisation]
tenace — standvastig [Propriété~]
acharnement (n. m.)